Nieuwe internetachtervoegsels verzanden in procedureslag
Jawel, de nieuwe top level domeinen komen er. Ooit. Alleen durft niemand nog een datum naar voren te schuiven. Het ziet er zelfs naar uit dat de introductie van de suffixen gaat verzanden in een heuse procedureslag.
Deze week vindt in Nairobi de 37ste Icann meeting plaats, u weet wel, de hoogmis van de domeinnaamindustrie die in juni Brussel aandoet. De huidige conferentie is erg controversieel, omdat het al een tijdje rommelt in de Keniaanse hoofdstad.
Enkele weken geleden nog waren er zware rellen tussen Moslims en Christenen in het centrum van de stad, en als klap op de vuurpijl kwam het Amerikaanse State Department er achter dat de Somalische Al Qaida-afdeling Shahab al-Islamiya een zelfmoordaanslag plant op de plaats van het gebeuren.
Omwille van de veiligheidsrisico's, is er minder volk komen opdagen dan gewoonlijk. Heel wat delegaties uit de VS stuurden -de Al Qaida-aanslag op de Amerikaanse ambassade in 1998 indachtig- hun kat naar Nairobi, en ook de Aziaten vallen op door hun afwezigheid.
Desalniettemin moeten er in de komende dagen heel wat kastanjes uit het vuur gehaald worden. Op de vorige Icann-meeting, in Seoul, werd het immers duidelijk dat er nog steeds geen concrete datum is vastgelegd waarop de aanvragen voor nieuwe internetsuffixen van start kunnen gaan, en dat zorgt voor heel wat frustratie.
Partijen die al zwaar geïnvesteerd hebben in mankracht en marketing rond een nieuw top level domein, komt het water stilaan aan de mond. Zij vragen een speciale 'fast track'-procedure, een voortijdige opening van het biedingvenster zeg maar, om sneller de markt te kunnen betreden.
In de plaats kwam Icann opdraven met het 'expressions of interest'-principe (EOI), waarbij geïnteresseerde partijen zich als het ware kunnen 'preregistreren'. Kostprijs voor zo'n preregistratie zou 55.000 dollar bedragen (die dan bovenop de vertrekprijs van 185.000 dollar moet komen, om de jaarlijkse werkingskost van 75.000 dollar niet te vergeten).
Voorstanders opperen dat de EOI-werkwijze gegroeid is vanuit de basis, en nuttige informatie kan opleveren over de interesse in nieuwe internetachtervoegsels (bijvoorbeeld om een idee te krijgen over hoeveel TLD's het in werkelijkheid zou gaan). Bovendien zou het hele proces versneld kunnen worden, zodat er na afloop eindelijk een realistische datum kan worden vastgelegd voor het moment waarop men echt van start kan gaan.
Tegenstanders hekelen dan weer het feit dat de preregistratie verplicht zou worden gemaakt. Wie niet meewil, heeft pech en kan sowieso niet meer deelnemen aan de echte biedingronde. Op die manier zouden heel wat kleinere spelers uit de boot vallen, omdat ze die extra 55.000 dollar misschien niet (meer) kunnen missen.
Betrand de La Chappelle, een afgevaardigde van de Franse overheid, wees er dan weer op dat het toevoegen van nog maar eens een procedure, de fundamentele problemen niet zal oplossen. Eén van die problemen is dat de regels waar de kandidaten aan moeten voldoen om in aanmerking te komen voor een internetachtervoegsel, nog altijd niet helemaal vastliggen, en nog steeds aan verandering onderhevig zijn.
"Zo lang de regels niet sluitend zijn, zullen overheden en kleine start-ups twijfelen en de kelk aan zich laten voorbijgaan", aldus de Fransman. "En waarom zou je een niet werkende procedure aanpassen door er een extra procedure bovenop te gooien? Gaat dat sneller? Is dat voordeliger?"
Of de tegenstanders het zullen halen deze week, is nog maar de vraag. Want zowat iedereen is het er over eens dat er íets moet gebeuren, en de startdatum van 1 augustus voor EOI circuleert al onder de aanwezigen.
Grote sectorbedrijven zoals Minds + Machines, die in één keer 100 of meer nieuwe gTLD's binnen willen halen, zijn grote pleitbezorgers en lobbyen zwaar om EOI er zo snel mogelijk door te krijgen.
Op zich hoeft dat nauwelijks te verbazen. Zij zouden in de beginfase minder moeten betalen dan oorspronkelijk voorzien (55.000 dollar in plaats van 185.000 dollar per gTLD), terwijl ze toch min of meer de zekerheid krijgen dat de suffix naar hen gaat. Wat hen meer ruimte geeft om fondsen te ronselen voor the next step.
.xxx
Overigens heeft Icann deze week nog een ander katje te gezelen. Zo krijgt de Raad het .xxx-verhaal weer op het bord. Een arbitragecommissie bij het Amerikaanse International Centre for Dispute Resolution heeft immers geoordeeld dat het dossier rond .xxx opnieuw bekeken moet worden. In 2007 hield Icann de komst van het pornodomein nog tegen, onder druk van de Bush-administratie.
Omdat de uitspraak van de arbitragecommissie niet bindend is, zal er nogmaals gestemd worden over de zaak (vermoedelijk op vrijdag). Leden van de Icann Board mogen zich deze week met andere woorden verwachten aan heel wat getouwtrek en gemanoeuvreer van geïnteresseerde partijen.
Kan de Amerikaanse overheid het zich veroorloven om nog eens stokken in de wielen te steken? En als Icann het geweer van schouder verandert, welke impact zal dat dan hebben op het hele gTLD-proces?
FIT zegt foert
Toegegeven, Vlaanderen ís geen belangrijke ict-regio. Maar de stand waarmee het Vlaamse agentschap voor internationaal ondernemen (FIT) dit jaar uitpakte in Hannover, was ronduit zielig. Zeker in vergelijking met het wel erg ruim bemeten stekje van Brussels Export, enkele meters verderop in Hal 6.
Flanders Investement & Trade zegt zelf dat er te weinig interesse was voor CeBIT om een grotere stand te kunnen verantwoorden, maar dat is een beetje kort door de bocht. "Als je geen ruchtbaarheid geeft aan het feit dat je naar Hannover gaat, zal er ook niemand intekenen", aldus managing director Luc Vandergoten van LetterGen. "We hebben zelf aan de mouw moeten trekken van het agentschap voor er actie ondernomen werd. En veel interesse was er niet bij hen."
Het prijsverschil voor een plaatsje op de stand van FIT en enkele vierkante meters bij Brussels Export, is even veelzeggend als opmerkelijk: respectievelijk 3000 en 500 euro. "Het moet zijn dat het Brusselse Gewest meer geld heeft om te sponsoren dan wij", aldus Marc De Backer van FIT. "Bij ons moet er flink bespaard worden, waardoor de budgetten voor beurzen als CeBIT flink naar omlaag zijn gegaan."
Om u een idee te geven: het standje van FIT (een speldenknop groot voor 5 bedrijfjes) stond in een kleine achterafhoek, vlak naast restaurant Lord Nelson. De jongens van Vasco keken zelfs recht op de keuken van de eetgelegenheid. Van een bar, één van de traditionele troeven bij FIT, was geen sprake meer, en je moest wel héél goed kijken voor je kon zien dat het een Vlaams initiatief betrof.
Geen happy hour dus, geen mogelijkheid om te netwerken, of het moest op de centraal gelegen stand van de Brusselse collega's zijn, waar wél Leffe geschonken werd, en waar de 12 bedrijfjes uit de hoofdstad (én uit Vlaanderen!) heel wat volk over de vloer kregen. Zelfs Brussels Minister van Economie Benoit Cerexhe tekende present.
Koepelstand
Dat FIT en Brussels Export onlangs nog een koepelstand uitbaatten op Telecom World in Genève en op Mobile World in Barcelona, lijkt intussen lang vergeten. Brussels Export zou ook nu vragende partij geweest zijn voor een dergelijke stand op CeBIT, maar FIT heeft dat geweigerd.
"Alles hangt af van de personen die organiseren", aldus een bron die anoniem wenst te blijven. "Klikt het, dan krijg je een gezamenlijk initiatief zoals in Genève, botst het, dan worden er aparte stands opgezet. Dit jaar klikte het dus duidelijk niet tussen beide partijen."
Hoewel CeBIT een identiteitscrisis doormaakt, is en blijft het vooralsnog de grootste technologiebeurs in de wereld. Brussels Export lijkt dat te begrijpen, maar Flanders Investment & Trade heeft dit jaar duidelijk de middelvinger opgestoken naar Hannover.
Dat is jammer, omdat Vlaanderen zich toch altijd probeert voor te doen als een ambitieuze regio die innovatie hoog in het vaandel voert. Het standje op CeBIT plaatst ons alvast op gelijke hoogte met landen als Kirgizië of Turkmenistan.
Snapshots van Cebit
Hoewel Cebit weer wat gekrompen is tegenover andere jaren, kan je op het einde van een dag nog steeds ettelijke kilometers op je teller hebben staan. Ook collega Frederik en ikzelf zetten er flink de tred in. Onze wandeling in enkele foto's:
Voor een keynote speaker groot of klein moet je in het Convention Center zijn.
VMware ziet het groot.
Google greep de gelegenheid te baat om een grootschalig charmeoffensief voor StreetView te lanceren in Duitsland. Daar is het initiatief om privacyredenen voorlopig nog verboden.
Een ander charmeoffensief kwam op conto van de lokale hostessen.
Asus stelde de Europese versie van z'n e-reader voor.
Tobii maakt schermen met eyetracking, vooral om mindervaliden en verlamde mensen te helpen communiceren en werken.
Uw dienaar live in 3D.
Toch niet zoveel tablet pc's te vinden op Cebit. Dit is een industrieel exemplaar, van het Taiwanese Rhinotech.
Luc Vandergoten van Lettergen, een van de (zeer) weinige Vlaamse bedrijven die zich op Cebit waagde.
Bij het Duitse G Data was dit jaar Eddy Willems te spotten. De stand van G Data stond broederlijk naast die van het bedrijf waar Willems tot voor enkele weken nog actief was, Kaspersky Labs.
The decade when enterprise software died
Hadden we al iets geschreven over cloud computing? Wolken zijn nochtans alomtegenwoordig in Hannover, letterlijk en figuurlijk.
Waar cto Werner Vogels van Amazon.com gisteren nog op overtuigende wijze een lans brak voor de cloud, klonk het verhaal bij voorzitter Steve Garnett van de Europese divisie van Salesforce.com, een beetje 'over the top', op het grappige af zelfs.
Misschien was het daarom dat hij zijn keynote startte met de boodschap dat de aanwezigen geen aandelen van Salesforce.com mochten kopen op basis van zijn uiteenzetting alleen.
"Cloud wordt de olie-industrie van het volgende decennium", aldus Gartnett. "Traditionele bedrijfssoftware is ten dode opgeschreven." Om dat te illustreren, verspreidde Salesforce.com een badge op CeBIT met een verbodsteken waarin het woord 'software' was doorstreept.
"Gartner stelt dat 8 op de 10 dollar die naar IT gaat, dood geld is", ging de man verder. "De huidige systemen zijn veel te complex en veel te duur. Hun bijdrage aan de business is zo goed als nihil. Vandaag spelen alle innovaties zich af in de cloud. Een shift die belangrijker is dan de shift van mainframe naar client/server. Intussen zijn er meer dan 140.000 applicaties beschikbaar in de wolk, voor alle mogelijke domeinen, in alle mogelijke sectoren."
Salesforce.com biedt zelf, naast crm software, ook cloud infrastructuur aan voor businessapplicaties. "We hebben altijd als vertrekpunt genomen dat businessapps even handig moeten zijn als Amazon en Google", aldus nog de topman. "Dan heb je geen dure SAP of Oracle opleidingen meer nodig, want iedereen zit tegenwoordig de hele dag op het web."
In één adem hekelde Gartnett het feit dat iedereen zichzelf vandaag een cloud-vendor noemt. "Kijk je wat dieper, dan merk je dat het tegendeel waar is. Cloud computing is echt wel iets anders dan outsourcing. Traditionele softwarebedrijven hebben niet de neiging om de switch te maken, omdat ze daarvoor een hele nieuwe architectuur op poten moeten zetten."
"Bovendien krijgen cloudbedrijven enkel betaald voor de diensten die ze leveren. Zo werken de traditionele softwareboeren niet", klonk het nog. "Het is moeilijk om over te schakelen op maandelijkse betalingen als je Wall Street als criterium neemt."
Dat de man vol is van de wolk, lijkt logisch. Salesforce.com werd pas opgericht in 1999, en kan tien jaar later al claimen dat het één vijfde van de waarde van SAP vertegenwoordigt. Sinds de beursgang in 2004, steeg het aandeel van 15 dollar tot zowat 70 dollar.
Zijn boodschap dat steeds meer bedrijven een deel van hun businesstoepassingen verhuizen naar de cloud, klopt ook. En het zijn niet van de kleinsten, denk maar aan Siemens, Dell, Orange, Carglass, tot zelfs ons eigenste BNP Paribas Fortis.
Op de klassieke vraag naar veiligheid had Gartnett een wel heel gevat antwoord klaar: "Symantec is het grootste securitybedrijf ter wereld. Zij hebben intussen al hun data overgezet op onze servers. Is dat duidelijk genoeg?"
SAP: "We like this, it's fun"
We are having fun! Met deze boodschap kwam de nieuwe ceo-tandem Bill McDermott en Jim Snabe zichzelf voorstellen op de druk bijgewoonde persconferentie van SAP op CeBIT.
De Duitse softwaregigant heeft het moeilijk. De cijfers vallen tegen, de ERP-markt is verzadigd, en concurrenten zoals Microsoft, Oracle en IBM werpen zich steeds nadrukkelijker op als applicatiebouwers die de suite van SAP als vertrekpunt nemen.
Als klap op de vuurpijl bleek vorig jaar uit een enquête bij de werknemers dat er een dramatisch verlies van vertrouwen was in het management. Leo Apotheker werd niet langer in staat geacht om het moreel van het personeel op te krikken. De ceo kreeg het verwijt te laat nieuwe software voor KMO's te hebben gelanceerd. Niet veel later werd hij bedankt voor bewezen diensten.
In een dergelijk klimaat hoeft het nauwelijks te verbazen dat de voornaamste opdracht van McDermott en Snabe op CeBIT er in bestond het vertrouwen te herstellen, en een positieve boodschap te brengen. Over nieuwigheden in de SAP-portfolio (een rist applicaties voor mobieltjes) werd met geen woord gerept, de spotlights waren volledig gericht op de Amerikaan en de Deen.
"Twee complementaire geesten die hetzelfde willen voor het bedrijf, maar toch vanuit een andere invalshoek kunnen denken, zijn zonder twijfel een meerwaarde", klonk het op de vraag waarom SAP zo nodig 2 ceo's van doen heeft. En waar was het nu weer juist fout gelopen?
"SAP was te bureaucratisch, en luisterde te weinig naar werknemers en klanten", legde McDermott de vinger op de wonde. "Dat moet anders, zelfs het topmanagement moet toegankelijk zijn en luisteren naar de basis. Ook daarom is er gekozen voor twee ceo's. Wij komen graag onder de mensen, it's fun!"
Gevraagd naar de strategische wijzigingen, gaven McDermott en Snabe nog een flinke sneer in de richting van hun voorganger. "Speed is key", aldus Snabe. "We moeten onze nieuwe toepassingen veel sneller uitrollen. Dat is ook een goede manier om het vertrouwen te herstellen. Ook plotse prijsverhogingen voor onderhoud zijn uit den boze. We want our customers to love us again."
Voorts benadrukte het duo dat SAP onafhankelijk zou blijven. Daar waren vraagtekens rond gerezen, omdat de drie oprichters Hasso Plattner, Dietmar Hopp en Klaus Tschira (goed voor 27 procent van de aandelen) het niet eens raken over hoe het verder moet, en al speelden met het idee om het bedrijf te verpatsen.
"SAP is en blijft een onafhankelijk groeibedrijf", klonk het nog. "Voor 2010 voorzien we vier tot acht procent groei, en als het macro-economisch klimaat het toelaat, moeten we in 2011 of 2012 terug een double digit groei kunnen optekenen. Of we niet moeten focussen op de wensen van onze klanten? Natuurlijk. Maar als je innoveert en nieuwe markten opzoekt, volgt de groei vanzelf."
Tot slot nog even meegeven dat de eerste tests met Business ByDesign, het on demand aanbod voor KMO's, volgens McDermott enthousiast onthaald worden. "Tegen half 2010 moeten we in staat zijn om grote volumes aan te kunnen. Dat we daarbij overschakelen op een subscription fee, is nieuw voor ons. We moeten daar op de gepaste manier leren mee omgaan."



